TIPS VOOR COLLEGA'S
Hoe maak ik het bespreekbaar?
U staat op het punt om bij de Monitor Mondzorg een melding te doen over een collega. Dat betekent dat u zich zorgen maakt om uw collega of de patiënten in de praktijk. Heeft u uw zorgen ook geuit bij uw collega? Dit kan lastig zijn. Want u spreekt uw collega aan op zijn of haar gedrag. Maar hoe zou u het vinden als een collega zich om u zorgen zou maken en dit niet met u besprak, maar direct een melding bij de Monitor Mondzorg zou doen.

Met onderstaande tips willen wij u ondersteunen bij het bespreekbaar maken van uw zorgen over uw collega.

Voorbereiding

Tijdstip
Zoek een moment waarop u rustig het gesprek aan kunt gaan. Het helpt om vooraf te denken over de zorgen die u heeft en de hulp die u wilt bieden. Als de emmer net is over gelopen en u de ander eens flink de waarheid wil zeggen, stel het gesprek dan uit. De ander pikt onbewust uw woedegevoel op en zal daardoor minder open staan voor uw boodschap.

Plaats
Zoek een ruimte waar u niet gestoord kunt worden of waar personeel eenvoudig kan meeluisteren.

Relatie
U bent een collega uit de directe omgeving. U kent de tandarts mogelijk al langer, werkt samen in de waarneemgroep of gaat samen naar bij- en nascholing. Bevestig deze band in het gesprek.

Belangen
Benoem belangen “In het belang van jouw gezondheid / de continuïteit van de praktijk / de uitstraling naar patiënten”. Benoem geen standpunten “ik vind…”.

In het achterhoofd
Beperk de feedback tot het belangrijkste punt. Inspireer met de toekomst. Concentreer op wat ontbreekt, niet op wat niet deugd.

Geef daarna feedback volgens de volgende stappen.

Stappen


1. Beschrijf het gedrag van de collega. Tip: Het moet gaan om veranderbaar gedrag.

2. Beschrijf het gedrag dat u zelf gezien of gehoord hebt. Liefst recent. Beschrijf dit zo concreet mogelijk.

3. Gebruik hiervoor de ik-vorm.

4. Beschrijf het effect dat het gedrag van de ander op u heeft. Wat u erbij voelt.

5. Geef de ander de ruimte om te reageren. Reageert de ander niet, vraag dan om een reactie.

6. Pas als u ziet en hoort dat de ander u heeft begrepen, kunt u de mogelijkheid verkennen om het gewenste gedrag te omschrijven. Niet praten in oplossingen, maar in gewenst gedrag.

7. Geef de ander de ruimte om na te denken over wat is gezegd, sommige mensen hebben daar enkele weken voor nodig. Herhaal het dan nog eens om te zien of de ander zich bewust is van zijn gedrag en of de ander bereid is om daar iets aan te veranderen.

Als de bereidheid er is, kunt u aanbieden om gezamenlijk op zoek te gaan naar oplossingen.